ONDERZOEK

De akoestische prestatie van bouwelementen wordt bepaald met genormaliseerde meetmethoden gebaseerd op internationale normen (IS0 140) en uitgedrukt in één getal volgens nationale (NEN 5079, DIN 52 210 etc.) en internationale (IS0 717) normen. Inmiddels zijn nieuwe Europese normen van kracht geworden waarin dit wordt geregeld (EN-IS0 140 en EN-IS0 717). Deze Europese normen zijn of worden in alle Europese landen ook als nationale norm overgenomen.
In Nederland zullen alle delen van de meetnorm (NEN-EN-IS0 140) worden overgenomen; de norm voor de bepaling van de ééngetalsaanduiding is reeds overgenomen (NEN-EN-IS0 717: 1997). Op het gebruiken en toepassen van deze laatste norm geeft de Nederlandse Praktijk Richtlijn NPR 5079 : 1999 een toelichting. Ook de al langer in gebruik zijnde normen NEN 1070, NEN 5077 en NEN 5079 zijn in deze NPR 5079 opgenomen.
De aanpassingen in de serie meetnormen betreffen vooral het aanscherpen van de meetprocedure op diverse punten ter bevordering van de reproduceerbaarheid; wezenlijke veranderingen hebben echter niet plaatsgevonden.
Veel groter is op het eerste gezicht de verandering in de wijze waarop de gemeten prestaties in één getal worden uitgedrukt. De wijze waarop de akoestische prestatie van bouwelementen wordt weergegeven is een samenvoeging van twee verschillende systemen. De productprestaties dienen altijd volgens beide systemen te worden gegeven, teneinde de volledige informatie te verstrekken, op de voorgeschreven wijze. Daarbij wordt als referentie altijd de oorspronkelijke gewogen grootheid volgens de oude IS0 717 aangegeven met spectrum-aanpassingstermen C die aangeven in welke mate de A-gewogen grootheid voor een bepaald referentiespectrum hiervan afwijkt.Voor de verschillende akoestische prestaties ten aanzien van vloeren wordt dit als volgt weergegeven.
· contactgeluidisolatie houten vloeren, gemeten volgens NEN-EN-IS0 140-6:
Ln;w (CI), bijvoorbeeld Ln;w (CI) = 65 (-9)
· verbetering contactgeluidisolatie van steenachtige vloeren door vloerafwerking of vloerbedekking, gemeten volgens NEN-EN-IS0 140-8:
ΔLw ; ΔLlin, bijvoorbeeld ΔLw ; ΔLlin = 18; 8
Opmerking: Als alternatief mag ook ΔLw (CIΔ) worden gebruikt. Hier is ΔLw - CIΔ = ΔLlin.
Het bij deze spectrum-aanpassingstermen beschouwde frequentiegebied betreft de tertsbanden van 100 Hz tot en met 2500 Hz (contactgeluid) of 3150 Hz (luchtgeluid). In NEN-EN-IS0 717 wordt daarnaast de mogelijkheid geboden om ter informatie ook een breder frequentiegebied in de ééngetalsaanduiding te betrekken. Daartoe kunnen aanvullend spectrum-aanpassingstermen worden gegeven waarin ook lagere frequentiebanden (tot en met 50 Hz) en / of hogere frequentiebanden (tot en met 5000 Hz) zijn betrokken. Ook deze spectrum-aanpassingstermen kunnen worden gebruikt om vanuit de gewogen grootheid een A-gewogen grootheid voor het betreffende frequentiegebied te bepalen.
Bij de toepassing van de gegevens kan (nationaal) gekozen worden voor één van beide systemen. In Nederland is die keuze gemaakt en verwerkt in de vernieuwde norm NEN 1070: 1999 'Geluidwering in gebouwen'. Daarbij is gekozen voor het A-gewogen systeem met referentiespectra. En hoewel de berekeningswijze en benamingen van de grootheden hiermee in de meeste gevallen sterk is gewijzigd, is de feitelijke frequentieweging in grote lijnen gelijksoortig gebleven. Hierdoor bestaan er vrij eenduidige relaties tussen de 'oude' en de 'nieuwe' grootheden (binnen ± 1 dB(A)). De grootheden die relevant zijn voor de Nederlandse situatie en de relaties die bestaan met de tot nu toe gehanteerde grootheden met betrekking tot vloeren zijn als volgt:
Contactgeluidisolatie; tot nu Ico-lab* of verbetering in Ico-lab (ook wel ΔIco-lab):
· A-gewogen genormeerd contactgeluiddrukniveau voor kenmerkend contactgeluid Ln;A van bouwelementen: Ln;A = Ln;w + CI ≈ 59 - Ico-lab
· A-gewogen contactgeluidisolatie-verbetering voor kenmerkend contactgeluid ΔLlin van vloerafwerkingen: ΔLlin = ΔLw + CIΔ = ΔIco-lab
In NPR 5079:1999 wordt ook toegelicht welke relatie er bestaat tussen de op deze nieuwe wijze aangegeven productprestatie en de op overeenkomstige wijze aangegeven prestaties in gebouwen, zoals die in NEN 1070:1999 worden gehanteerd. In de toekomst mag worden verwacht dat ook het Bouwbesluit ééngetalsaanduidingen gaat hanteren die met deze laatste norm in overeenstemming zijn.
* In praktijk toepassingen wordt nog altijd de ΔIco gemeten. Deze is vergelijkbaar met de Ico-lab die in laboratoria gemeten wordt. (Een indexering van het contactgeluid; dus niet het gewogen gemiddelde zoals bij ΔLlin)

|