Al ruim 35 jaar is Unifloor Underlay Systems BV te Deventer marktleider in Nederland

Uitleg pictogrammen (wooncomfort)

Het wooncomfort van een vloer worden vaak gebaseerd op persoonlijke voorkeur voor het soort materiaal van de vloerbedekking. Oogt het mooi, voelt het fijn en/of is het makkelijk te reinigen. Vaak wordt vergeten dat het wooncomfort ook door andere variabelen wordt bepaald. De ondervloer en ondergrond spelen daarbij namelijk ook een belangrijke rol. Hoe is de geluidsoverdracht in een ruimte, hoe warm of koud voelt een vloer aan en hoe stabiel is deze? De woon comfort ruit helpt u om de juiste keuze te maken en geeft de belangrijkste eigenschappen weer waarop een ondervloer gekozen kan worden.

We leggen u de veel gebruikte termen duidelijk uit. Daarna geven we een uitleg van de symbolen / pictogrammen, die wereldwijd toegepast worden. Deze symbolen worden gebruikt om de kwaliteit aan te geven van de (onder)vloer.

Unifloor specificeert de waarden zijn per product . Ze staan vermeld bij de product specificaties en ook worden ze vermeldt op het etiket van elk product.

Woon comfort ruit

Contactgeluid:

Dit is geluid wat je bij de benedenburen hoort wat wordt veroorzaakt door het lopen op de vloer. In Nederland worden voor appartementen door VVE eisen gesteld van minimaal 10 dB ΔLlin contactgeluidreductie.

Loopgeluid:

Dit is het geluid wat wordt veroorzaakt door het lopen in de eigen ruimte. Bepalend hiervoor is de hoeveelheid lucht in de ondervloer. Ondervloeren met veel lucht geven een hoog loopgeluid en ondervloeren met weinig lucht geven een laag loopgeluid.

Stabiliteit:

De ondervloer is de fundering van je vloerconstructie. Te zachte ondervloeren veroorzaken teveel beweging in de vloerbedekking met alle gevolgen van dien. Vloerbedekkings-fabrikanten stellen minimale eisen aan de indrukbaarheid van de ondervloer.

Warmteweerstand:

Voor optimale werking van vloerverwarming moet de ondervloer makkelijk de warmte doorlaten. Dat betekent dat de warmteweerstand zo laag mogelijk moet zijn. Er worden maximale eisen gesteld aan de combinatie ondervloer met vloerbedekking.

 

 Wereldwijd gebruikte symbolen

 

warmteweerstand  

Warmteweerstand

     
contactgeluid  

Contactgeluid

     
Loopgeluid  

Loopgeluid

     
Stabiliteit  

Stabiliteit

     


Symbolen van de brandklasses
Er bestaan 7 brandklassen: A1, A2, B, C, D, E en F. Bij vloeren staat achter iedere klasse in subscript fl (= floor). A1 is de hoogste klasse: producten die hier in vallen leveren geen enkele bijdrage aan brand. Producten met een zeer geringe bijdrage vallen in A2. Wanneer een product niet is getest of niet aan de E klasse voldoet valt in de F klasse. (zie tabel)

   

Euro-
klasse

 

Rook-
klasse

 

Brand-
bijdrage

 

Praktijk

 

Voorbeeld

                     
 

A1 fl

  n.v.t.  

geen

 

niet brandbaar

 

natuursteen, tegels


 

A2 fl

  s1 of s2  

nauwelijks

 

praktisch niet brandbaar

 

natuursteen, tegels


 

B fl

  s1 of s2  

heel beperkt

 

heel moeilijk brandbaar

 

PVC, cement
gebonden plaat


 

C fl

  s1 of s2  

gemiddeld

 

brandbaar

 

vloeren van
zwaarder hout


 

D fl

  s1 of s2  

hoog

 

goed brandbaar

 

MDF


 

E fl

 

-

 

zeer hoog

 

zeer brandbaar

 

sommige
kunststof vloeren


 

F fl

 

-

 

niet bepaald

 

uiterst brandbaar

 

geen eigenschappen


Benaming van de rookklassen
Naast de brandklasse kennen we ook een klassering voor de rookontwikkeling. We kennen hierin drie klassen:
s1: Geringe rookproductie
s2: Gemiddelde rookproductie
s3: Grote rookproductie